Op 28 mei 2021 kreeg een werkneemster van Berco tijdens het verplaatsen van een stellingkast een metalen buis van ongeveer tien kilogram op haar hoofd. De aansprakelijkheid voor het arbeidsongeval werd door Berco, via haar aansprakelijkheidsverzekeraar ERGO, erkend.
Na het ongeval meldde de werkneemster zich ziek. Acht weken later stelde een neuroloog vast dat sprake was van een hersenschudding met aanhoudende postcommotionele klachten. Een terugkeer naar haar werk bleek niet mogelijk. Twee jaar na het ongeval eindigde haar dienstverband en sinds juni 2023 ontvangt zij een WIA-uitkering op basis van 80 tot 100% arbeidsongeschiktheid.
Het geschil
Hoewel de aansprakelijkheid voor het ongeval vaststond, ontstond discussie over de vraag of de aanhoudende klachten en beperkingen daadwerkelijk door het ongeval waren veroorzaakt. Volgens de werkneemster was dat het geval. Zij stelde dat zij als gevolg van het ongeval nog altijd kampte met ernstige beperkingen die haar verhinderden om te werken.
Berco en ERGO betwistten het causale verband. Volgens hen kon niet worden vastgesteld dat de klachten ook jaren na het ongeval nog aan het ongeval konden worden toegerekend. Daarbij wezen zij onder meer op het ontbreken van objectief aantoonbaar hersenletsel, het feit dat postcommotionele klachten doorgaans binnen enkele maanden tot enkele jaren verdwijnen en mogelijke alternatieve verklaringen voor de klachten.
Beoordeling kantonrechter
De kantonrechter stelde voorop dat het in beginsel aan de werkneemster is om aan te tonen dat haar klachten en beperkingen het gevolg zijn van het arbeidsongeval. Daarbij geldt echter dat aan dit bewijs geen al te hoge eisen mogen worden gesteld. Ook wanneer geen medisch objectiveerbare verklaring voor klachten bestaat, kan causaal verband worden aangenomen. Van belang is dan onder meer of sprake is van een consistent en samenhangend klachtenpatroon, of de klachten vóór het ongeval afwezig waren, of zij door het ongeval kunnen zijn veroorzaakt en of een alternatieve verklaring ontbreekt.
Vast stond dat de werkneemster sinds het ongeval kampte met onder meer hoofdpijn, misselijkheid, concentratie- en geheugenproblemen, overgevoeligheid voor prikkels, visusproblemen en vermoeidheid. Hoewel uit MRI-onderzoek geen objectief hersenletsel bleek, achtte de kantonrechter het klachtenpatroon voldoende plausibel. De klachten waren direct na het ongeval ontstaan, werden jarenlang consequent in de medische stukken beschreven en pasten bovendien bij een harde klap op het hoofd.
Het verweer van Berco dat geen sprake kon zijn van een hersenschudding omdat de werkneemster niet buiten bewustzijn was geweest, werd verworpen. De kantonrechter wees erop dat zowel de huisarts als de neuroloog kort na het ongeval een hersenschudding hadden vastgesteld, terwijl het ontbreken van bewustzijnsverlies toen al bekend was. Ook het standpunt dat de visusklachten niet met het ongeval samenhingen, hield geen stand. Uit de medische informatie bleek namelijk dat deze klachten al kort na het ongeval waren gemeld en sindsdien waren blijven bestaan.
Verder overwoog de kantonrechter dat het feit dat postcommotionele klachten doorgaans binnen enkele maanden of jaren afnemen, niet betekent dat klachten na twee jaar per definitie niet meer aan een ongeval kunnen worden toegerekend. De werkneemster had met diverse medische stukken voldoende onderbouwd dat haar klachten ook daarna waren blijven voortbestaan.
Tot slot zag de kantonrechter geen aanwijzingen voor een alternatieve oorzaak van de klachten. De vermoeidheidsklachten die de werkneemster vóór het ongeval had ervaren, verschilden volgens de rechter duidelijk van het klachtenbeeld dat na het ongeval was ontstaan. Ook psychologische factoren vormden geen zelfstandige oorzaak van de klachten. Voor zover deze factoren een rol speelden, hadden zij hooguit invloed op het herstelproces. Dat komt volgens de kantonrechter voor rekening van de aansprakelijke partij, die het slachtoffer moet nemen zoals zij is.
Conclusie
De kantonrechter kwam uiteindelijk tot het oordeel dat sprake was van een plausibel en consistent klachtenpatroon dat vóór het ongeval niet bestond, door het ongeval kan zijn veroorzaakt en waarvoor geen aannemelijke alternatieve verklaring aanwezig was. Daarom werd het causaal verband tussen het ongeval en de klachten voldoende aannemelijk geacht.
Voor de hele uitspraak zie: Rb. Oost-Brabant 28 april 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:2868.
Heb je letsel opgelopen door een ongeval, neem dan gerust contact op met De Peel Letselschade Advocaten. Wij beoordelen graag jouw situatie en helpen je bij het verhalen van jouw schade.