Een service engineer van Ship Motion raakte op 8 februari 2018 betrokken bij een arbeidsongeval. Tijdens werkzaamheden in de machinekamer van een jacht schoot een takel van een aluminium rail en deze viel op de werknemer. De werknemer liep daarbij letsel op en stelde zijn werkgever aansprakelijk op grond van artikel 7:658 BW, de regeling voor werkgeversaansprakelijkheid. Ship Motion wees aansprakelijkheid af. De rechtbank gaf Ship Motion gelijk, maar in hoger beroep oordeelde het hof anders. Zie Hof Den Haag, 27 januari 2026, ECLI:NL:GHDHA:2026:148.
Wat was er gebeurd?
Op 8 februari 2018 werden in de machinekamer van een jacht twee zogenoemde thrust bearings van elk 650 kilo verwijderd. Dat gebeurde met een takel die bevestigd was aan een aluminium rail met een balkconstructie. De ruimte was smal en de opening waardoor de onderdelen naar buiten moesten worden getakeld was klein. Tijdens het hijsen schoot de takel van de rail en viel deze op de werknemer. Volgens de werknemer werd hij geraakt aan zijn hoofd, schouder en been en kwam hij vervolgens ten val. Ship Motion stelde daarentegen dat de takel niet op hem was gevallen. De werknemer zou slechts zijn geschrokken van het harde geluid en daardoor zijn gestruikeld.
Arbeidsongeval in de zin van art. 7:658 BW
In hoger beroep draaide het eerst om de vraag of de werknemer had bewezen dat hij schade had geleden in de uitoefening van zijn werkzaamheden. Dat moet een werknemer aantonen om een beroep te kunnen doen op artikel 7:658 BW. Hij hoeft daarbij echter niet precies te bewijzen hoe het ongeval is verlopen.
De werknemer legde als getuige een verklaring af over wat er was gebeurd. Daarnaast was er een onderhoudsmonteur van een ander bedrijf aanwezig in de betreffende jacht. Deze onafhankelijke derde bevond zich op enkele meters afstand toen het gebeurde. Hij hoorde een zwaar metalen geluid. Toen hij zich omdraaide, zag hij dat de takel en de loopkat op de bodem lagen en dat de werknemer aangeslagen in de buurt van het zware onderdeel zat. Een aanwezige zzp’er vertelde op dat moment dat de takel van de rail was geschoten en de werknemer had geraakt. In een latere schriftelijke verklaring stelde diezelfde zzp’er echter dat de werknemer niet door de takel was geraakt, maar slechts was geschrokken van het harde geluid en daardoor was gevallen. Volgens de zzp’er was de takel op de vloer terechtgekomen zonder de werknemer te raken.
Het hof hechtte meer waarde aan de verklaring van de onafhankelijke derde dan aan de schriftelijke verklaring van de zzp’er, die al jaren voor Ship Motion werkte en zijn verklaring niet onder ede had bevestigd. Het hof merkte bovendien op dat zelfs als de werknemer niet door de takel zou zijn geraakt, maar door de schrik zou zijn gevallen, nog steeds sprake zou zijn van een arbeidsongeval.
De zorgplicht van de werkgever
Vervolgens kwam de vraag aan de orde of Ship Motion aan haar zorgplicht had voldaan. Artikel 7:658 BW verplicht werkgevers om werkplekken, gereedschappen en materialen zó in te richten en te onderhouden, en zodanige instructies en veiligheidsmaatregelen te geven, als redelijkerwijs nodig is om schade te voorkomen. Als een werknemer tijdens het werk schade oploopt, is de werkgever in beginsel aansprakelijk, tenzij hij kan aantonen dat hij aan die zorgplicht heeft voldaan.
Volgens het hof moet een werkgever zorgen voor een hoog veiligheidsniveau. Dat betekent niet alleen instructies geven, maar ook controleren of materialen veilig zijn gemonteerd en of werknemers voldoende deskundig zijn voor de werkzaamheden. In deze zaak was niet gebleken dat was gecontroleerd of een deugdelijke eindstop was aangebracht. Ook was niet vastgesteld dat adequaat toezicht was gehouden op de takelwerkzaamheden. Bovendien wist Ship Motion dat de werknemer geen ervaring had met onderhoudswerkzaamheden aan schepen. Het hof oordeelde daarom dat Ship Motion niet had aangetoond dat zij aan haar zorgplicht had voldaan.
Eigen schuld
Ship Motion voerde nog aan dat sprake was van eigen schuld, omdat de werknemer zelf een lijmklem zou hebben geplaatst. Maar zelfs als dat zo zou zijn, is dat juridisch niet voldoende. Er kan alleen sprake zijn van eigen schuld bij opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer. Daarvan is pas sprake als de werknemer zich vlak vóór het ongeval daadwerkelijk bewust was van het gevaar en toch het risico heeft genomen. Dat was hier niet gesteld of gebleken.
Conclusie
Het hof oordeelde dat de werknemer voldoende had aangetoond dat hij tijdens zijn werkzaamheden gewond was geraakt door een losgeschoten takel. Daarmee verschoof de bewijslast naar de werkgever. Ship Motion kon echter niet aantonen dat zij had voldaan aan haar zorgplicht. Voor zover er nog onduidelijkheid bestond over de precieze toedracht van het ongeval, kwam die volgens het hof voor rekening van de werkgever.
Heb je een arbeidsongeval gehad en vraag je je af of je werkgever hiervoor aansprakelijk kan worden gesteld? Neem dan gerust contact op met De Peel Letselschade Advocaten. Wij helpen je graag verder!