Op een koude ochtend op 17 januari 2023 stapte een vrouw uit haar auto op het bovenste parkeerdek van een winkelcentrum. De grond bleek spekglad door ijsvorming. Ze gleed uit, haar linkerbeen schoot weg en haar rechterbeen bleef bekneld in de auto. Het gevolg was een gebroken bovenbeen, tien dagen ziekenhuisopname en wekenlange revalidatie. Het bot is zelfs nu nog niet volledig hersteld, en een tweede val zou betekenen dat ze mogelijk blijvend in een rolstoel terechtkomt.
De eigenaar van het parkeerdek is Retail Property. De vrouw stelde Retail Property aansprakelijk voor haar schade. Retail Property wees die aansprakelijkheid af: volgens haar was het een ongelukkige samenloop van omstandigheden.
Het geschil
De vrouw stapte naar de rechter. Volgens haar was het parkeerdek gebrekkig en had Retail Property te weinig gedaan om het gevaar van gladheid te voorkomen.
Retail Property hield vol dat het parkeerdek niet gebrekkig was en dat haar niets te verwijten viel. En áls er al sprake zou zijn van aansprakelijkheid, dan trof de vrouw volgens haar een deel eigen schuld: ze had volgens Retail Property kunnen zien dat het glad was.
Het juridisch kader
In principe geldt in het recht dat iedereen zijn eigen schade draagt bij een val of uitglijden. Alleen als de val het gevolg is van een gebrekkige opstal (art. 6:174 BW) of onrechtmatige gevaarzetting (art. 6:162 BW), kan iemand anders aansprakelijk zijn.
In dit geval kwam de rechter tot aansprakelijkheid op grond van artikel 6:162 BW. Het ging dus om het in stand laten van een gevaarlijke situatie. De rechter paste de Kelderluik-criteria toe: had Retail Property rekening moeten houden met onoplettende bezoekers? Hoe groot was de kans op ongevallen? Hoe ernstig konden de gevolgen zijn? En hoe bezwaarlijk waren mogelijke veiligheidsmaatregelen?
De beoordeling
Volgens de rechter had de vrouw geen reden om gladheid te verwachten. Die dag was het een paar graden boven nul, zonnig, en de openbare wegen waren niet glad. Ook is niet gebleken dat zichtbaar was dat het parkeerdek spekglad was.
Voor Retail Property lag dat anders. Het bedrijf wist of kon weten dat het parkeerdek glad was. Winkeliers hadden meerdere keren geklaagd en gewaarschuwd dat het “spekglad” was. Zelfs op de avond en ochtend vóór het ongeval hadden winkeliers nog verzocht om zout te strooien. Toen het zout op bleek te zijn en men moest wachten op nieuwe levering, koos Retail Property ervoor het parkeerdek toch open te houden voor bezoekers. Dat had anders gekund. De rechter vond dat het bedrijf eenvoudig maatregelen had kunnen nemen zoals tijdelijk het bovenste dek afsluiten of waarschuwingsborden kunnen plaatsen bij de in- en uitgangen om bezoekers te attenderen op de gevaarlijke situatie.
Dergelijke maatregelen waren weinig bezwaarlijk en hadden het risico op ongevallen sterk kunnen verkleinen. Door niets te doen, liet Retail Property een gevaarlijke situatie voortbestaan.
Eigen schuld?
Retail Property voerde nog aan dat de vrouw zelf ook had moeten opletten, want haar neef en echtgenoot zouden al hebben gemerkt dat het glad was. De rechter ging daar niet in mee. De vrouw had rustig gereden en voelde geen gladheid. Pas later kwamen haar familieleden, toen ze al was gevallen. Er was geen sprake van roekeloos gedrag of onoplettendheid: ze gleed direct weg toen ze één voet buiten de auto zette.
Conclusie
De rechter oordeelde dat Retail Property aansprakelijk is op grond van artikel 6:162 BW. Het bedrijf wist dat het parkeerdek gevaarlijk glad kon zijn en had met eenvoudige maatregelen, zoals strooien, afzetten of waarschuwen, het risico op een ongeval kunnen beperken. Door dat niet te doen, heeft het onnodig een gevaarlijke situatie laten voortbestaan.
Ben je zelf slachtoffer geworden van een gevaarlijke situatie die voorkomen had kunnen worden door de eigenaar? Neem dan gerust contact op met De Peel Letselschade Advocaten. Wij helpen je graag verder.
Voor de betreffende uitspraak zie: Rb. Amsterdam 24 september 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:7134.